Zorgeloos onder zeil

Elementaire weetjes


Het meest idyllische hoekje van het kampterrein is niet altijd de beste spot om je tent neer te poten. Laat je leiden door je innerlijke Frank Deboosere en geef de weerselementen geen vrij spel.

ZON

Een plek in de schaduw is verleidelijk, maar weet dat de zon een paar uur later een ander licht op de zaak werpt. Wellicht word je ’s ochtends liever niet uit je tent gebrand, terwijl een streepje zonlicht ’s avonds welkom is.

REGEN

Plaats je tent niet in een kuil of onderaan een helling. Zo vermijd je dat de regen naar binnen stroomt. Voel je de bui hangen en vrees je toch voor natte voeten? Graaf dan een greppel van ongeveer 20 cm diep rondom je tent.

WIND

Ga na van waar de wind komt, en plaats de opening van je tent in de tegenovergestelde richting, zodat ze niet de lucht in vliegt. Kijk ook uit voor dorre takken die bij een hevige windstoot op je tent kunnen belanden en zo het zeil beschadigen.

BODEM

Vaak kies je een terrein in de herfst of de winter. Hoe het eruit zal zien in de zomer, is dan maar de vraag. Kijk vooral naar de ondergrond. De begroeiing geeft aan of er stortbeken kunnen passeren en naast een riviertje zie je vaak hoe hoog het water kan komen.

enkele tenten


   

Gratis bij aankoop van een patrouilletent en groepstent: ons handige boekje Tenten Tips en Tricks!